Beperkingszone (RZ) op basis van de HD
De HD is afhankelijk van het aantal lumens dat de projector produceert en het type lens dat is geplaatst. Zie hoofdstuk “Veiligheidsafstand voor het wijzigen van de optica”.
Om onopgeleide eindgebruikers (zoals zaalbezoekers, toeschouwers) te beschermen, moet de installatie aan de volgende vereisten voldoen: operatoren moeten ervoor zorgen dat de toegang tot de straal binnen de veiligheidsafstand blijft of dat het product op veilige hoogte voor het blikveld van toeschouwers wordt geïnstalleerd. Het stralingsniveau is nooit hoger dan de toegestane limiet op een punt lager dan 2,0 meter (SH) boven een oppervlak waarop personen anders dan operators, uitvoerenden of werknemers zouden kunnen staan, of lager dan 1,0 meter (SW) laterale scheidingsafstand van een plaats waar dergelijke personen zich mogen bevinden. In omgevingen waarin onbegrensde toegang redelijkerwijs kan worden verwacht, dient de minimale scheidingshoogte 3,0 meter of meer te zijn om mogelijke blootstelling te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer een persoon binnen de veiligheidsafstand bij een ander op de schouders zit.
Dit zijn minimumwaarden die gebaseerd zijn op de richtlijnen zoals voorzien in IEC 62471-5:2015 lid 6.6.3.5.
De installateur en de gebruiker moeten het risico begrijpen en veiligheidsmaatregelen toepassen gebaseerd op de veiligheidsafstand die staat aangegeven op het label en in de gebruikershandleiding. De installatiemethode, de scheidingshoogte, de afzetting en het detectiesysteem of andere toepasselijke veiligheidsmaatregelen moeten de veiligheidsafstand waarborgen om gevaarlijke blootstelling aan straling te voorkomen.
Projectoren met een veiligheidsafstand (HD) van meer dan 1 meter die licht uitstralen naar een onbeheerd gebied waarin personen aanwezig kunnen zijn, moeten bijvoorbeeld conform de parameters voor vaste projectorinstallatie worden geplaatst zodat een veiligheidsafstand ontstaat die niet binnen het toeschouwersgebied valt, tenzij de straal zich ten minste 2 meter boven het vloerniveau bevindt. In omgevingen waarin onbegrensde toegang redelijkerwijs kan worden verwacht, dient de minimale scheidingshoogte 3,0 meter of meer te zijn om mogelijke blootstelling te voorkomen, bijvoorbeeld wanneer een persoon binnen de veiligheidsafstand bij een ander op de schouders zit. Een voldoende grote scheidingshoogte kan worden gerealiseerd door de beeldprojector aan het plafond te bevestigen of door het gebruik van fysieke afzettingen.

- Een
- Zijaanzicht
- B
- Bovenaanzicht
- RA
- Locatie beperkte toegang (cabine van de projector)
- VE
- Locatie
- RZ
- Beperkingszone
- HD
- Veiligheidsafstand
- LRZ
- Lengtebeperking Zone
- H
- Hoogte tussen de vloer en de lichtstraal
- SH
- Scheidingshoogte
- SW
- Scheidingsbreedte
Volgens de nationale eisen mag niemand de projectiestraal binnengaan in de zone tussen de projectielens en de bijbehorende veiligheidsafstand (HD). Dit moet fysiek onmogelijk worden gemaakt door voor voldoende scheidingshoogte te zorgen of door afzettingen te plaatsen. In de minimale scheidingshoogte is het oppervlak in overweging genomen waarop personen anders dan de operator, uitvoerenden of werknemers mogelijkerwijs zouden kunnen staan.
Op Afbeelding 1–3 wordt een standaard installatie weergegeven. Er moet bevestigd worden dat aan deze minimumeisen is voldaan. Indien nodig moet een beperkingszone (RZ) in de zaal worden vastgesteld. Dit kunt u doen door middel van een fysieke afzetting, bijvoorbeeld een rood touw, als geïllustreerd in Afbeelding 1–3.
De beperkingszonesticker kan worden vervangen door een sticker met alleen het symbool.
