2.5 Voorgeprogrammeerde configuratie

De staat van het beeldscherm wordt geregeld door 5 door de gebruiker instelbare voorgeprogrammeerde instellingen (Voorprog. 1 (en: Preset 1) t/m Voorprog. 5 (en: Preset 5)). Deze voorgeprogrammeerde instellingen vormen de kern van de schakel- en configuratiemogelijkheden van het beeldscherm voor meerdere werkstations. De volledige configuratie van voorgeprogrammeerde instellingen wordt beheerd in het OSD-menu, dat toegankelijk is via de snelkoppelingsbalk (zie “Bediening snelkoppelingsbalk (Stand-by, OSD, Voorgeprogrammeerde instellingen, PbP)”).

Deze procedure beschrijft hoe u het OSD-menu opent en de instellingen definieert voor elk van de 5 beschikbare voorgeprogrammeerde slots.

  1. Druk op of draai aan de jog-wielknop om de snelkoppelingsbalk te activeren.
  2. Selecteer de knop Menu en druk er vervolgens op om te bevestigen.
  3. Navigeer naar Ingangsinstellingen (en: Input Settings) > Voorprog. 1 (en: Preset 1) (of het gewenste voorgeprogrammeerde nummer).
  4. Pas de vereiste optie aan (zie onderstaande tabel).
  5. Selecteer de optie Terug (en: Back) aan het einde van de lijst met voorgeprogrammeerde configuraties om de wijzigingen toe te passen en het menu af te sluiten.

    Opmerking: Als u wijzigingen toepast op de huidige actieve voorgeprogrammeerde instelling, kan het beeld op het beeldscherm verloren gaan, kan de resolutie veranderen of moet het scherm opnieuw worden opgestart.
Voorgeprogrammeerde configuratieopties
InstellingDoelOpties
IngangSelecteert de weer te geven videobron.
Lijst in snelkoppelingsbalkMaakt deze voorgeprogrammeerde instelling snel beschikbaar via de OSD-snelkoppelingsbalk.
  • Ingeschakeld (en: Enabled) (standaard voor voorgeprogrammeerde instellingen 1 tot 3)
  • Uitgeschakeld (en: Disabled) (standaard voor voorgeprogrammeerde instellingen 4 en 5)
MSTSelecteert de MST-modus voor beeldschermuitbreiding of virtueel gesplitst scherm. Zie “MST-functionaliteit (PbP enkele kabel en DP OUT)”.
  • DP OUT: De actieve video-ingang in serie schakelen met een tweede fysiek beeldscherm dat is aangesloten op de DP OUT-poort.
  • PbP enkele kabel (en: PbP Single Cable): Splitst het beeldscherm in twee afzonderlijke schermen die aan het werkstation worden gerapporteerd. Een scherm dat is aangesloten op de DP OUT-poort verliest zijn beeld.
  • Uitgeschakeld (en: Disabled): Schakelt alle MST-functies uit.
USB-hostSelecteert welke datakabel/kanaal de USB-A hub, Ethernetpoort en QAWeb-communicatie van het beeldscherm bedient.
  • USB UP 1
  • USB UP 2
TerugPast wijzigingen toe en keert terug naar het vorig menu.Selecteer deze optie om uw voorgeprogrammeerde configuratie op te slaan.
Opmerking: Zelfs als de instelling Lijst in snelkoppelingsbalk (en: List in Shortcut Bar) is ingeschakeld voor een specifieke voorgeprogrammeerde instelling, is de voorgeprogrammeerde knop alleen beschikbaar in de snelkoppelingsbalk als de globale Voorgeprogrammeerde instelling in de snelkoppelingsbalk (en: Presets in Shortcut Bar) bediening geactiveerd is (zie “Zichtbaarheid knop snelkoppelingsbalk”).

Als de Instelling Lijst in snelkoppelingsbalk (en: List in Shortcut Bar) is uitgeschakeld voor alle individuele voorgeprogrammeerde instellingen, is de knop nog steeds zichtbaar, maar kan u niet door de verschillende voorgeprogrammeerde instellingen bladeren. Schakelen tussen voorgeprogrammeerde instellingen is dan alleen mogelijk met de Voorgeprogrammeerde selector (en: Preset Selector) in het volledige OSD-menu (Ingangsinstellingen (en: Input Settings)).

Opmerking: Aangezien de voorgeprogrammeerde instellingen niet hernoemd kunnen worden, moet u bijhouden welke instelling bij welk nummer hoort (Voorprog. 1is bijvoorbeeld uw primaire werkstationinstelling; Voorprog. 3 is uw secundaire werkstationinstelling).