4.8 Slaapstand

Over de slaapstand

Als de slaapstand is ingeschakeld, zal niet alleen de achtergrondverlichting, maar zullen ook andere functies gedeactiveerd zijn om het stroomverbruik tot een minimum te beperken. Dit gebeurt na een aanpasbare time-out.

Opmerking: DPMS-modus moet zijn ingeschakeld voordat slaapstand kan worden ingeschakeld. Zie “DPMS-modus”.
Opmerking: Sluit in een opstelling met enkel werkstation (zie“Opstelling enkel werkstation”) uw toetsenbord, computermuis, touchpad, enz. rechtstreeks op uw werkstation aan (en niet op het beeldscherm) zodat u ze kunt gebruiken om uw systeem uit slaapstand te halen.
Opmerking: Druk op de keuzeknop wanneer uw werkstation en beeldscherm niet binnen de 10 seconden uit slaapstand ontwaken na activatie via toetsenbord of muis om het systeem te activeren.
Opmerking: Slaapstand wordt automatisch uitgeschakeld op uw beeldscherm door het inschakelen van de KVM-switch (zie“KVM-switch”).
Slaapstand inschakelen/uitschakelen
  1. Open het OSD-hoofdmenu.
  2. Navigeer naar het menu Configuratie > Energiebeheer (en: Configuration > Power Management).
  3. Ga naar het submenu Slaapstand (en: Hibernate).
  4. Selecteer Ingeschakeld/Uitgeschakeld (en: Enabled/Disabled) en bevestig uw keuze.
Om de time-out van de slaapstand aan te passen
  1. Open het OSD-hoofdmenu.
  2. Navigeer naar het menu Configuratie > Energiebeheer (en: Configuration > Power Management).
  3. Ga naar het submenu Time-out voor activeren slaapstand (en: Hibernate Timeout).
  4. Stel de gewenste time-out tijd in en bevestig.